Naar inhoud springen

strijk

Uit WikiWoordenboek
Josephine Baker doet de strijk
  • strijk
enkelvoud meervoud
naamwoord strijk strijken
verkleinwoord strijkje strijkjes

destrijkm

  1. hoeveelheid wasgoed die nog gestreken moet worden
    • Pot ziet juist een toenemende trend van mensen die een huishoudster in dienst nemen. ,,Onder andere voor de strijk, omdat ze daar geen zin in hebben. Ik strijk zelf ook nooit, terwijl ik wel van blousjes hou. Dus ik blijf bij de overtuiging dat echte mannen niet strijken." [3] 
  • Strijk en zet gebeuren
erg vaak gebeuren
  • strijk tegen de haren
iets doen wat iemand irritatant vind
 Wat mij bij Kierkegaard verdriet - en hiermee strijk ik tegen alle haren in van alle theologen die zich met hem hebben beziggehouden - is dat hij die laatste stap nooit gedaan heeft, dat hij het geloof niet vaarwel heeft gezegd.[4]
vervoeging van
strijken

strijk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strijken
    • Ik strijk. 
  2. gebiedende wijs van strijken
    • Strijk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strijken
    • Strijk je? 
     Wanneer haar ademen langzamer gaat en haar huid begint te smelten, strijk ik zachtjes over haar rug.[5]
     Ik plant mijn voeten stevig op de kiezels en strijk met mijn handen langs de urn.[6]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]
  1. strijk op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Tubantia Heleen Boex en Simone van Zwienen 08-09-15 Man strijkt steeds vaker z'n eigen overhemden
  4. Daan Bronkhorst
    “Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025313562
  5. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  6. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be