stribbelingetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strib·be·lin·ge·tje

Zelfstandig naamwoord

stribbelingetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord stribbeling