strekel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[2] haarhamer, haarspit en strekel
[2] zeis met strekel scherpen
Uitspraak
Woordafbreking
  • stre·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strekel strekels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

strekel m [1]

  1. een lat waarmee maatbekers van boven worden gladgestreken om de exacte hoeveelheid af te passen
    • De strijkstok (‘strekel’, ‘strikel’) is een lat waarmee maatbekers van boven worden gladgestreken om de exacte hoeveelheid af te passen, van bijvoorbeeld graan. Door manipulatie kan degene die hem hanteert zich iets van het product toe-eigenen. Een vorm van kruimeldiefstal. Zo werden Van Veenendaal’s declaraties vervolgens ook geframed. [2] 
  2. gereedschap waarmee men een zeis scherp kan houden
Synoniemen

Gangbaarheid

22 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen