streekvervoer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Twents: streekvervoer in Twente
Uitspraak
Woordafbreking
  • streek·ver·voer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord streekvervoer
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

streekvervoer o [1]

  1. openbaar vervoer in een bepaalde streek voor relatief kleine afstanden, regionaal vervoer
    • Tegelijk legt Europa een liberalisering op van het stads- en streekvervoer. In 2020 moet De Lijn aantonen dat ze de vergelijking met de buitenlandse privspelers kan doorstaan, anders dan dreigt een verregaande privatisering. ‘Ik heb alle begrip voor de bezorgdheden van chauffeurs en anderen, maar wij willen De Lijn net klaarstomen voor 2020, zodat zij ook dan de interne operator kan zijn, conform de Europese regels’, zegt Weyts.[2] 
    • Streekvervoer wil ook deel van extra veiligheidsbudget: De vijf streekvervoerders in Nederland willen ook een deel van de 10 miljoen euro die staatssecretaris Sharon Dijksma (Infrastructuur en Milieu) beschikbaar stelt om geweld in het openbaar vervoer tegen te gaan. Nu gaat nog bijna al het geld naar de NS, zei Connexxion-directeur Juul van Hout woensdag tegen BNR.[3] 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 30/06/2017
  3. Tubantia 11-JANUARI-2017