stray
Uiterlijk
- Geluid: stray (VS) (hulp, bestand)
- IPA: /pleɪ/
- Via Middelengels stray/strey van Angelsaksisch estray, Oudfrans estrai
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| stray | strays |
stray
- dakloze, doler, zwerver
- (dierkunde) zwerfdier
- (techniek) storing in de atmosfeer (bijv. bij radiosignalen)
- (informeel) (terloopse) belediging
- (juridisch) roerend goed waarvan de eigenaar niet bekend is
- [5] waif
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to stray |
| he/she/it | strays |
| verleden tijd | strayed |
| voltooid deelwoord |
strayed |
| onvoltooid deelwoord |
straying |
| gebiedende wijs | stray |
stray
- onovergankelijk dwalen, ronddolen, ronddwalen, rondzwerven
- onovergankelijk van het juiste/rechte pad af raken
- overgankelijk van het juiste/rechte pad af brengen
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| stray | - | - |
stray
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Dierkunde in het Engels
- Techniek in het Engels
- Informeel in het Engels
- Juridisch in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels