strafschop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • straf·schop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strafschop strafschoppen
verkleinwoord strafschopje strafschopjes

Zelfstandig naamwoord

strafschop m

  1. (voetbal) directe vrije trap voor de aanvallende partij na een zware overtreding van de verdedigende partij binnen het strafschopgebied
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be