strafpunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • straf·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strafpunt strafpunten
verkleinwoord strafpuntje strafpuntjes

Zelfstandig naamwoord

strafpunt o [1]

  1. (sport) punt voor straf uitgedeeld wegens overtreding van de regels
    • in plaats van met bonussen kunnen we beter met strafpunten gaan werken om de financiële sector enigszins in toom te houden 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen