strafmaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • straf·maat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strafmaat strafmaten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

strafmaat m/v

  1. (juridisch) omvang van de sanctie die een misdadiger wordt opgelegd (zoals hoogte van een boete, duur van een gevangenisstraf enz.)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen