Naar inhoud springen

straffen

Uit WikiWoordenboek
  • straf·fen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
straffen
strafte
gestraft
zwak -t volledig

straffen

  1. overgankelijk negatieve consequenties verbinden aan een als verkeerd geziene daad
     Als ritueel en muziek zich niet kunnen ontwikkelen, zullen ook straffen en boetes hun doel niet bereiken.[2]
     'Als de burgemeesters de kans kregen, zouden ze je straffen voor het feit dat je ongetrouwd bent!' Johannes probeert haar te overtuigen.[3]
    • De leraar strafte hem omdat hij te laat kwam, hij moest een nablijfbriefje halen bij de conciërge. 

destraffenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord straf
     Gelukkig werd er alleen wiet gevonden, dat wel geconfisqueerd werd maar waar verder geen straffen voor werden uitgedeeld.[4]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. straffen op website: Etymologiebank.nl
  2. Michel Dijkstra
    “Taoïsme” (2022), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312657
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Naar frequentie 32723

straffen

  1. nominatief bepaald onzijdig meervoud van straff