strafbank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • straf·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strafbank strafbanken
verkleinwoord strafbankje strafbankjes

Zelfstandig naamwoord

strafbank v / m

  1. zitplaats voor de verdachte(n) bij een rechtszitting
  2. (sport) bank waarop een uit de wedstrijd gezonden speler moet plaatsnemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie