straalkachel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

straalkachel
Uitspraak
Woordafbreking
  • straal·ka·chel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord straalkachel straalkachels
verkleinwoord straalkacheltje straalkacheltjes

Zelfstandig naamwoord

straalkachel v/m [1]

  1. een elektrische kachel die verwarmt d.m.v. infrarode straling en in mindere mate door convectie
    • Tijdens ons gesprek stak een collega haar hoofd om de deur en zei dat er die nacht was ingebroken en dat er een straalkachel was gestolen. Dat verbaasde Alden helemaal niet. Het was najaar, de temperatuur liep terug en de huizen op het reservaat zijn berucht om hun tochtigheid. De meeste zijn bouwpakketten van de Amerikaanse overheid en dateren uit de jaren veertig en vijftig. [2] 
    • En tot overmaat van ramp ontplofte eind vorig jaar de boiler. ‘Om iedereen te verwarmen, moest ik op zoek naar straalkachels, wat natuurlijk ook handenvol geld kost. Maar het kan niet anders’, zegt Swinnen, die zich soms meer een klusjesman of een aannemer voelt dan een beheerder van een instelling voor hoger onderwijs. ‘Toen vorig jaar een brandje uitbrak, ging de grap: was het maar helemaal in vlammen opgegaan, meteen alle problemen opgelost.’[3] 
    • Terwijl buiten de hitterecords sneuvelden werden gisteren in het MST in Enschede een aantal straalkachels aangezet. Op de begane grond van het hospitaal was het op enkele plekken zo koud dat de verwarming nodig was om normaal te kunnen werken. „Bij mijn benen staat een klein kacheltje te branden”, zegt een receptioniste. „Zelfs met dit weer is het nodig. Toch gek, eigenlijk.”[4] 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Klein, Naomi No time vertaald door Ineke van den Etskamp, Marianne Gaasheek e.a. [2014] ISBN 978-90-445-3376-7 pagina 436
  3. de Standaard 24 OKTOBER 2016
  4. Tubantia 26-AUGUSTUS-2016