stoomde af

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoom·de af

Werkwoord

vervoeging van
afstomen

stoomde af

  1. enkelvoud verleden tijd van afstomen
    • Ik stoomde af. 
    • Jij stoomde af. 
    • Hij, zij, het stoomde af.