stoom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoom
enkelvoud meervoud
naamwoord stoom
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stoom m

  1. (natuurkunde), (techniek) gasvormige aggregatietoestand van water
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stomen

stoom

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stomen
    • Ik stoom. 
  2. gebiedende wijs van stomen
    • Stoom! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stomen
    • Stoom je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie