stoom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoom
enkelvoud meervoud
naamwoord stoom
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stoom m

  1. (natuurkunde), (techniek) gasvormige aggregatietoestand van water
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stomen

stoom

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stomen
    Ik stoom.
  2. gebiedende wijs van stomen
    Stoom!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stomen
    Stoom je?

Meer informatie