stonken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ston·ken

Werkwoord

vervoeging van
stinken

stonken

  1. meervoud verleden tijd van stinken
    • Wij stonken. 
    • Jullie stonken. 
    • Zij stonken.