stomer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sto·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stomer stomers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stomer m [1]

  1. een schip dat wordt voortbewogen door een stoommachines
    • De vermaarde stomer SS Rotterdam ligt al maanden vast in de haven van Gdansk. In het ruim ligt 500 kuub aan asbestresten. De Polen kunnen niet wachten tot de asbest voor eeuwig verdwijnt in Twentse bodem. [2] 
  2. een apparaat waarmee je voeding kunt verhitten met stoom
    • De Stomer-Blender is een machine voor het maken van babyvoeding door middel van stomen en blenden. Tijdens de bereiding van de babyvoeding kan een onderdeel in het apparaat beschadigd raken, waardoor stukjes van het onderdeel in de maaltijd terecht kunnen komen. [3] 
  3. een apparaat waarmee je de huid kunt reinigen met stoom
    • Op zondagavond start de verwennerij met een trio van maskers. Eentje zuivert de huid, een ander vervaagt imperfecties, het laatste hydrateert. Tussendoor gaat ze boven een stomer hangen en uiteraard mag geen nachtcrème ontbreken voor haar schoonheidsslaapje. Op maandag maakt ze zowel ’s morgens als ‘ s avonds tijd uit voor een lange verzorging, onder meer met oogcrème op basis van 24-karaats goud. [4] 
  4. een bedrijf dat kleding reinigt
    • Ik breng mij trouwpak naar de stomer.  
Synoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Asbest SS Rotterdam belandt in Twente 26-08-06
  3. Reformatorisch Dagblad 29-05-2015 Kruidvat haalt blenders babyvoeding terug
  4. De Standaard 06/04/2016 om 12:45 door vwh Zoveel spendeert een topmodel aan haar huid