stomend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sto·mend

Werkwoord

vervoeging van: stomen
verbogen vorm: stomende

stomend

  1. onvoltooid deelwoord van stomen


stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stomend stomender stomendst
verbogen stomende stomendere stomendste
partitief stomends stomenders -

Bijvoeglijk naamwoord

stomend

  1. damp producerend
    • Stomende jacuzzi’s, buitenkeukens, douches-voor-twee, ijsklontjesmakende dubbele ijskasten: we hoeven niet zo nodig. Een peiling van deze krant suggereert dat de meeste Nederlanders sobere wensen hebben over hun woning. [1] 
  2. (figuurlijk) zeer heftig
    • Van 1986 tot 1987 zou Pitt een stomende affaire hebben gehad met de toenmalige vrouw van Mike Tyson. ,,Ik heb hen er nooit op betrapt, maar ik wist wel wat er gaande was’’, aldus Tyson, die op dat moment in scheiding lag met Givens. [2] 
    • Gelukkig is het niet al te warm, want Jan Kooijman schroeft de temperaturen op met een stomende fotoshoot in de Linda. Op Instagram deelt hij een paar van die kiekjes, met één foto waarop uiteraard een ontbloot bovenlijf te zien is. [3] 
Synoniemen


Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]


Verwijzingen

  1. Tubantia 05-10-18 Geen poespas aan ons huis, liever een extra vakantie
  2. Tubantia Melissa Van Ostaeyen 23-01-19 Brad Pitt: de man die verliefd is op de liefde en al vijftien harten brak
  3. Tubantia Mark den Blanken en Marlies van Leeuwen 17-07-19 Estavana moet weer aan de bak, Ronnie houdt van babyspam
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be