stolen

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sto·len

Zelfstandig naamwoord

stolen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stool

Gangbaarheid


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • sto·len
Naar frequentie 4496

Zelfstandig naamwoord

stolen

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van stol


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • sto·len
Naar frequentie 2558

Zelfstandig naamwoord

stolen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van stol


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • sto·len

Zelfstandig naamwoord

stolen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van stol


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • stol·en
Naar frequentie 3112
Anagrammen

Zelfstandig naamwoord

stolen

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van stol