stokpaard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stok·paard
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stokpaard stokpaarden
verkleinwoord stokpaardje stokpaardjes

Zelfstandig naamwoord

stokpaard o

  1. een stuk speelgoed bestaande uit een meestal houten paardenhoofd aan een stok waarmee kinderen paardje konden rijden
  2. (figuurlijk) een gespreksonderwerp dat iemand steeds maar weer ter sprake brengt
    • Hij heeft het over de tijd van voor de oorlog. z'n stokpaardje. 
Opmerkingen
  • [2] Doorgaans bezigt men in dit geval de verkleinvorm "stokpaardje"
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen