stoffer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

vuilnisblik met stoffer
Uitspraak
Woordafbreking
  • stof·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stoffer stoffers
verkleinwoord stoffertje stoffertjes

Zelfstandig naamwoord

stoffer m

  1. zachte borstel met handgreep die ervoor dient om stof te verwijderen
    • De stoffer die hij laatst gekocht had, bleek weinig stof weg te nemen. 
Typische woordcombinaties
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Deens

Woordafbreking
  • stof·fer

Zelfstandig naamwoord

stoffer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van stof


Noors

Woordafbreking
  • stof·fer
Naar frequentie 5088

Zelfstandig naamwoord

stoffer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van stoff