stoethaspel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoet·has·pel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘onhandig mens’ voor het eerst aangetroffen in 1786 [1]
  • vanaf 18de eeuw [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord stoethaspel stoethaspels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stoethaspel m [3]

  1. een onhandig, ruw en vreemd persoon die veel brokken maakt
    • Federer speelde gretig, bliksemsnel, geïnspireerd en vooral zéér effectief. Met 8 aces, 40 winners, 20 op 23 gewonnen punten aan het net en geen enkele weggegeven breakkans reduceerde hij Berdych, toch niet de eerste de beste, tot een stoethaspel.[4] 
    • "Als de stoethaspelende Karen Richards was Krijgsman dé verrassing van de DeLaMar-muziektheaterproductie In de ban van Broadway", aldus de jury.[5] 
    • Wij kunnen een veel leukere woordverkiezing organiseren dan Van Dale en het Genootschap Onze Taal, dacht de Donald Duck. En dus riep het weekblad lezers op te stemmen op het leukste Donald Duck-woord in hun grote Duck-tee-nummer in december. En de winnaar is maandag bekendgemaakt: ‘Verweggistan’. Het haalde het voor ‘schorriemorrie’ en ‘stoethaspel’, met 35 procent van de 5500 stemmen.[6] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
66 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. de Standaard 21 januari 2017
  5. [https://www.tubantia.nl/show/johan-kaart-prijs-voor-bianca-krijgsman-en-plien-van-bennekom~a505fe61/ Johan Kaart Prijs voor Bianca Krijgsman en Plien van Bennekom (23 mei 2017) op website: Tubantia.nl
  6. NRC Joram Bolle 4 januari 2016