stinkbom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stink·bom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stinkbom stinkbommen
verkleinwoord stinkbommetje stinkbommetjes

Zelfstandig naamwoord

stinkbom v / m

  1. bom die bij het springen stank verspreidt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie