stilleken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil·le·ken
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord (stille) * (stillen) *
verkleinwoord stilleken stillekens

Zelfstandig naamwoord

  1. dim. tant. (verouderd) afgezonderde plaats waar men kan plassen en poepen
     Zo kwamen ze bij de Stillekensbrug. Aan elke zijde van de houten brug stond een gebouwtje waarin Rotterdammers hun behoeften konden doen, een soort openbaar toilet, stilleken genoemd. De pijpen loosden rechtstreeks op de haven, de stroom nam de uitwerpselen wel mee naar de Maze – als het tenminste geen vloed was.[1]
Synoniemen
  • stilletje (minder verouderde uitspraakvariant)
Opmerkingen
  • Het gangbare verkleinwoord van "stille" en "stillen" is "stilletje" en "stilletjes"

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 19 juni 2021 Weblink bron Thea Beckman op Wikipedia “Het geheim van Rotterdam”, 15e druk (2005), Lemniscaat, Rotterdam, ISBN 90 5637 689 6, p. 17/18