stileerde
Uiterlijk
- sti·leer·de
| vervoeging van |
|---|
| stileren |
stileerde
- enkelvoud verleden tijd van stileren
- Ik stileerde.
- Jij stileerde.
- Hij, zij, het stileerde.
- Ik stileerde.
- Het woord stileerde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.