Naar inhoud springen

stijging

Uit WikiWoordenboek
  • stij·ging
enkelvoud meervoud
naamwoord stijging stijgingen
verkleinwoord stijginkje stijginkjes

destijgingv

  1. het stijgen, het hoger worden.
    • De stijging van de kosten werd gecompenseerd door een toename van de omzet. 
    • Vanaf de jaren tachtig begon de stijging van de lonen ver achter te blijven bij die van de productiviteit. Een steeds groter deel van de winst belandde in een krimpend aantal zakken. [1] 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]