stijfte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stijf·te
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van stijf met het achtervoegsel -te
enkelvoud meervoud
naamwoord stijfte stijftes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stijfte v [1]

  1. het stijf zijn
  2. de mate waarin iets stijf is
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen