stiger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • sti·ger
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 3225

Werkwoord

stiger

  1. tegenwoordige tijd van stige
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stiger     stigeren     stigere     stigerene  
genitief   stigers     stigerens     stigeres     stigerenes  

Zelfstandig naamwoord

stiger, m

  1. (beroep), (mijnbouw) mijnopzichter
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

stiger, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van stige


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • sti·ger
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   stiger     stigeren     stigere     stigerene  

Zelfstandig naamwoord

stiger, m

  1. (beroep), (mijnbouw) mijnopzichter
Verwante begrippen