stiefdochter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stief·doch·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stiefdochter stiefdochters
verkleinwoord stiefdochtertje stiefdochtertjes

Zelfstandig naamwoord

stiefdochter v

  1. vrouwelijk kind uit een eerder huwelijk van de echtgenoot
    • Hij deed las zijn stiefdochter dezelfde verhaaltjes voor die hij eerder aan zijn zoon vertelde. 
Hyperoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be