stichting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stich·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stichting stichtingen
verkleinwoord stichtinkje stichtinkjes

Zelfstandig naamwoord

stichting v

  1. (geen meervoud), het stichten van een gebouw, instelling
  2. (meervoud stichtingen), rechtspersoon met een bepaald eigen vermogen en een zeker doel
    • De Amsterdamse Stichting Rookpreventie Jeugd heeft de Nederlandse staat aanklaagd vanwege haar relaties met de tabaksindustrie. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen