sticht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sticht
enkelvoud meervoud
naamwoord sticht stichten
verkleinwoord stichtje stichtjes

Zelfstandig naamwoord

sticht o [1]

  1. (religie) klooster, stift [2]
  2. bisdom
  3. berijdbare weg tussen boerderij en straatweg [3] [4]
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
stichten

sticht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stichten
  2. gebiedende wijs van stichten
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. etymologiebank.nl