sticht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sticht
enkelvoud meervoud
naamwoord sticht stichten
verkleinwoord stichtje stichtjes

Zelfstandig naamwoord

sticht o [1]

  1. (religie) klooster, stift [2]
  2. bisdom
  3. berijdbare weg tussen boerderij en straatweg [3] [4]
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
stichten

sticht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stichten
  2. gebiedende wijs van stichten
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. etymologiebank.nl