stevenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ste·ve·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stevenen
stevende
gestevend
zwak -d volledig

Werkwoord

stevenen

  1. ergatief koers zetten, varen
    • Eene eeuw later bezochten ook Nederlandsche zeereizigers deze gevaarlijke en toen nog weinig bekende wateren, alsmede de westkust van Amerika, en stevenden door de stille Zuidzee of den grooten Oceaan naar Oost-Indië.[2] 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. stevenen op website: Etymologiebank.nl
  2. blz 654, Beknopte beschrijving van de Nederlandsche overzeesche bezittingen ..., Volume 2, Marten Douwes Teenstra. 1852