steven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ste·ven
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord steven stevens
verkleinwoord steventje steventjes

Zelfstandig naamwoord

steven m

  1. (scheepvaart) voor- of achterstuk van een schip; de ~ wenden een andere koers inslaan.
  2. (scheepvaart) langsscheeps constructiedeel, dat een voortzetting vormt van de kielbalk.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stijven

steven

  1. meervoud verleden tijd van stijven
    • Wij steven. 
    • Jullie steven. 
    • Zij steven. 
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
stevenen

steven

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stevenen
    • Ik steven. 
  2. gebiedende wijs van stevenen
    • Steven! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stevenen
    • Steven je? 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl