stemhokje
Uiterlijk

- stem·hok·je
- samenstelling van stem ww en hokje zn , op te vatten als afgeleid van stemhok zn met het achtervoegsel -je [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | (stemhok) * | (stemhokken) * |
| verkleinwoord | stemhokje | stemhokjes |
het stemhokje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord stemhok, (politiek) schrijfblad omringd door drie wanden waarbinnen een kiezer zich bij het invullen van een stembiljet afzondert, zodat niemand kan zien wat je stemt
- Er stond een hele rij voor de stemhokjes.
- Dit verkleinwoord is de gangbare vorm.
1. schrijfblad omringd door drie wanden waarbinnen een kiezer zich bij een verkiezing afzondert
- Het woord stemhokje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "stemhokje" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Politiek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %