stemhok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

drie mannen in een stemhokje
Uitspraak
Woordafbreking
  • stem·hok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stemhok stemhokken
verkleinwoord stemhokje stemhokjes

Zelfstandig naamwoord

stemhok o

  1. half gesloten ruimte waarin je een stembiljet kunt invullen zonder dat anderen zien wat je voorkeur is
    • Op Twitter gaat het vandaag ook veel over de 'stemfie', de onofficiële afkorting van een selfie in het stemhokje. Hoewel het fotograferen van anderen verboden is in het stemhokje, mag je wel een foto van jezelf nemen tijdens het stemmen, iets dat bij onze zuiderburen ook verboden is. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Mirjam Remie 19 maart 2014
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be