stelt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stelt
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘loopstok’ voor het eerst aangetroffen in 1276 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord stelt stelten
verkleinwoord steltje steltjes

Zelfstandig naamwoord

stelt v/m

  1. lange stok met voetsteun waarmee je op grotere hoogte kunt lopen.
    • Tijdens folkloristische optochten lopen soms verklede mensen op stelten mee. 

Werkwoord

vervoeging van
stellen

stelt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
    • Jij stelt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
    • Hij stelt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van stellen
    • Stelt! 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen