stekker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
CEE 7-17 plug.jpg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stek·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stekker stekkers
verkleinwoord stekkertje stekkertjes

Zelfstandig naamwoord

stekker m

  1. (elektrotechniek) het verharde uiteinde aan één of meerdere geleidende draden bedoeld om in een stekkerdoos gestoken te worden en elektrisch contact te maken
    • Haal de stekker even uit het het stopcontact! 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de stekker ergens uittrekken
    • er mee ophouden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen