stekker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
CEE 7-17 plug.jpg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stek·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stekker stekkers
verkleinwoord stekkertje stekkertjes

Zelfstandig naamwoord

stekker m

  1. (elektrotechniek) het verharde uiteinde aan één of meerdere geleidende draden bedoeld om in een stekkerdoos gestoken te worden en elektrisch contact te maken
    • Haal de stekker even uit het het stopcontact! 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de stekker ergens uittrekken
er mee ophouden
 De afgelopen weken vonden er zogenoemde wet dress rehearsals plaats. Dat zijn als het ware generale repetities, waarbij de raket niet echt wordt gelanceerd. Tijdens die oefening wordt de SLS volgetankt en vlak voordat de motoren ontbranden, wordt de stekker uit de lancering getrokken.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen