steepler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

steepler
Uitspraak
Woordafbreking
  • stee·pler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord steepler steeplers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

steepler m

  1. (paardrijden) deelnemer (mens of paard) aan een steeplechase

Gangbaarheid

16 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be