steeg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • steeg
enkelvoud meervoud
naamwoord steeg stegen
verkleinwoord steegje steegjes

Zelfstandig naamwoord

steeg v/m

  1. zeer smal straatje
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stijgen

steeg

  1. enkelvoud verleden tijd van stijgen
    Ik steeg.
    Jij steeg.
    Hij, zij, het steeg.
    Het vliegtuig steeg op van de startbaan.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie