stationwagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

stationwagen
Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·ti·on·wa·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stationwagen stationwagens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stationwagen m

  1. personenauto met een doorlopend dak en een verticale achterzijde met grote deur, zodat er extra laadruimte aanwezig is
    • Vanaf de tweede helft van dit jaar staat de nieuwe Ceed in de Nederlandse showrooms. De driedeurs Pro_Ceed lijkt niet meer terug te keren, wel volgt later een nieuwe stationwagen. Kia breidt de Ceed-reeks later verder uit met minimaal één ander, nog onbekend model. De Nederlandse prijzen zijn nog niet bekendgemaakt. [1] 
    • De verkoopstatistieken van afgelopen decennia maken één ding duidelijk: Nederlanders zijn dol op Volvo én op stationwagons. Wat dat betreft gaat de nieuwe V60, een stationwagon in de compacte middenklasse, een gouden toekomst tegemoet. [2] 
    • De BMW M5 Touring van de E34-serie is zeer zeldzaam, heerlijk ingetogen en vol motorsport-genen door de zalige 3.8-liter zes-in-lijn met 340 pk en 400 Nm. Het was ook de eerste stationwagen van de BMW M-afdeling en de laatste handgebouwde M-versie. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia Erik Kouwenhoven 15-02-18 Nieuwe Kia Ceed volledig gericht op Europese automobilist
  2. Tubantia 02-06-18 Nieuwe V60 is Volvo’s laatste diesel
  3. De Telegraaf PETER HILHORST | AUTOVISIE 09 jul. 2018 Extreem zeldzame BMW M5 Touring