stapten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stap·ten

Werkwoord

vervoeging van
stappen

stapten

  1. meervoud verleden tijd van stappen
    • Wij stapten. 
    • Jullie stapten. 
    • Zij stapten.