Naar inhoud springen

stapte

Uit WikiWoordenboek
  • stap·te
vervoeging van
stappen

stapte

  1. enkelvoud verleden tijd van stappen
    • Ik stapte. 
    • Jij stapte. 
    • Hij, zij, het stapte. 
     En dus besloten we dat ik in mijn eentje zou gaan, een beslissing waar ik al voordat ik het vliegtuig uit stapte spijt van had.[1]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340