stapels
Uiterlijk
- sta·pels
de stapels mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stapel
- ▸ Het beviel Olive zeer dat hun stapels brandhout waarschijnlijk de hoogste in de wijde omtrek waren.[1]
- ▸ De bedieningspanelen van de robotarmen, het trainingsapparaat, de computers met hun tijdschema's voor de volgende dag die nu vanaf de grond worden geüpload; de camera's en microscopen, de stapels vrachttassen, de experimentkisten, het biolab met zijn muizenmodule, the pond, de zogenaamde vijver waar hun watervoorraad zich bevindt, Antons kool- en erwtenstekjes, de ruimtepakken in de luchtsluis, mensachtige knikkende lompe poppen waar de verbrande geur van de ruimte omheen hangt.[2]
- Het woord stapels staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Samantha Harvey“In Orbit” (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625