stangen

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stan·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stangen
stangde
gestangd
zwak -d volledig

Werkwoord

stangen

  1. overgankelijk (informeel) proberen iemand op te jutten
     Tijdens het koken zat iedereen elkaar continu te stangen alsof we elkaar al jaren kenden.[2]
Synoniemen
Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

stangen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stang

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. stangen op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be