standplaats

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stand·plaats
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord standplaats standplaatsen
verkleinwoord standplaatsje standplaatsjes

Zelfstandig naamwoord

standplaats v/m

  1. een vaste plaats waar iemand of iets zich bevindt
  2. een plaats waar een ambtenaar o.i.d. gevestigd is
  3. (biologie) een plaats waar een bepaalde plantensoort verwacht kan worden
  4. (jachttaal) een plaats waar de jager wacht op langskomend wild
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1] Standplaats voor taxi's.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie