Naar inhoud springen

stalen

Uit WikiWoordenboek
  • sta·len
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

stalen

  1. van staal vervaardigd
    • Er moest een stalen plaat op gelast worden. 
     Keihard wordt er op de stalen garagedeur gebonkt.[4]
     Arnold was de koning te rijk met zijn gele stalen verhuisauto.[5]
  • stalen gezicht
    uitdrukkingsloos gelaat
 Met een stalen gezicht vertelde Knols daar dat hij liever met de oefening meeging dan naar huis en daarom wilde ruilen.[5]

destalenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord staal
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stalen
staalde
gestaald
zwak -d volledig

stalen

  1. overgankelijk hard, sterk maken
    • De sport staalt het lichaam, scherpt den geest en leidt tot soberheid en matigheid. [6]
vervoeging van
stelen

stalen

  1. meervoud verleden tijd van stelen
    • Wij stalen. 
    • Jullie stalen. 
    • Zij stalen. 
     Hier stalen gladiatorengevechten en de spectaculaire wagenrennen de show.[7]
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[8]
  1. stalen op website: Etymologiebank.nl
  2. stalen op website: Etymologiebank.nl
  3. stalen op website: Etymologiebank.nl
  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. 1 2
    Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  6. SDAP'er Jan Schaper tijdens een Tweede Kamervergadering op 5 mei 1925
  7. Onno van Nijf
    “Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312275
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be