stagflatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stag·fla·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘hoge inflatie en geringe economische groei’ voor het eerst aangetroffen in 1974 [1]
  • Portmanteau van stagnatie en inflatie.
enkelvoud meervoud
naamwoord stagflatie stagflaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

stagflatie v

  1. (economie) situatie waarbij tegelijkertijd sprake is van economische stagnatie en van inflatie
    • Vanuit een hoogconjunctuur komt een economie terecht in een fase van stagflatie. 
Vertalingen

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen