stageles
Uiterlijk
- sta·ge·les
- samenstelling van stage zn en les zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stageles | stagelessen |
| verkleinwoord | stagelesje | stagelesjes |
- les waarin studenten zich oriënteren op een beroep, mogelijk in de vorm van een praktijkervaring of proefles
- een les die een student tijdens de stage geeft of een presentatie over zijn stage-ervaring
- een les waarin een leerling zijn onderwijsvaardigheden moet bewijzen, vaak als onderdeel van een opleiding
- [1] praktijkles
- Het woord stageles staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.