stafylokokken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·fy·lo·kok·ken

Zelfstandig naamwoord

stafylokokken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stafylokok

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.