stafylokok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

stafylokok
Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·fy·lo·kok
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Grieks [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord stafylokok stafylokokken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stafylokok m

  1. (biologie) (medisch) Staphylococcaceae op Wikispecies gram-positieve bolvormige bacterie
    • "Stafylokokken zijn meestal niet gevaarlijk, maar als je kleine snij- of schaafwonden hebt kunnen ze wel voor zweren en infecties zorgen. Daarnaast loop je een risico op acute voedselvergiftiging wanneer je die bacteriën per ongeluk inslikt." [2] 
    • Khloé liep in het ziekenhuis een stafylokokkeninfectie op, ze zit al bijna een week thuis. Als gevolg van de infectie moest de realityster een aantal optredens van haar boekpromotietour afzeggen en mocht ze niet op bezoek bij Odom. [3] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen