spuug

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spuug
enkelvoud meervoud
naamwoord spuug -
verkleinwoord spuugje spuugjes

Zelfstandig naamwoord

spuug o

  1. vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
spugen

spuug

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spugen
    • Ik spuug. 
  2. gebiedende wijs van spugen
    • Spuug! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spugen
    • Spuug je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie