spriet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spriet
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ralvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1860 [1]
  • In de betekenis van ‘spruit van een plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1260 [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord spriet sprieten
verkleinwoord sprietje sprietjes

Zelfstandig naamwoord

spriet m [3] [4] [5]

  1. lang en dun geval [6]
  2. lang en schraal persoon
  3. sprietantenne
  4. (vogels) Crex crex op Wikispecies kwartelkoning [7]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
sprieten

spriet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van sprieten
  2. gebiedende wijs van sprieten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen